Juryverslag 127 inzendingen (Sven De Potter)
OVRC 2009
Nieuwe talente, nieuw geluid.
’t zit erop. De 127 demo’s zijn erdoor. Een titanenwerk! 127 maal drie nummers van gemiddeld drie minuten, dat staat gelijk aan 6 u non-stop muziek luisteren. Voor gepassioneerde muziekfreaks is dat uiteraard a walk in the park. Gesteld dat je alle muziek die de revue passeert graag hoort en aansluit bij je persoonlijke muzikale zoektocht. Wat betreft de demo-inzendingen voor OVRC editie 2009 viel dat eigenlijk reuze mee. Wij hadden aanvankelijk gedacht – in onze hoedanigheid van musicerend jurylid én oud OVRC-gediende – dat we ons schrap moesten zetten voor een rondje puur epigonisme: hoe groot zou het aandeel zijn aan MGMT’s, Daans (Daanen?), Millionaires, QOTSA’s, Devendra Banharts? Uit vorige demorondes wisten we dat we ons aan een pak doorslagjes van the flavour of the day konden verwachten. Ongegrond, zo bleek. Uit wat we gehoord hebben, blijkt dat de Vlaamse jeugd de laatste jaren heel druk én heel professioneel aan het musiceren en producen is. We hoorden enorm veel straffe dingen: songs die zo kunnen wedijveren (gesteld dat muziek daar geschikt voor is) met de internationale kleppers, nummers die ons van bij de eerste aanslag naar de keel grepen en ons wat verweesd naar ons computerscherm deden staren, vette dance-tracks die ons kleine hol herschiepen in een temporele dagboîte en zwaar metaal dat zich als scudraketten onder onze hersenpan boorde… Kortom: er zat heel wat en divers talent in de selectie. Al van bij de beluistering van de eerste demo’s werd duidelijk dat de lat dit jaar wel heel hoog ligt: we zagen bands passeren die hun neus al aan het nationale muziekraam steken, maar nog een extra duwtje in de rug kunnen gebruiken. Bands die ondertussen al in Afrekening staan – remember de editie met Absynthe Minded, Barbie Bangkok – maar zich toch nog graag even laten opmerken tussen meer dan honderd andere. Bands die al een paar jaar aan de weg aan het timmeren zijn en nu de juiste vorm én inhoud gevonden hebben. De keren dat we “Amai, straf!” gedacht hebben zijn niet op voeten en handen te tellen, net zoals de verzuchting “Nog even oefenen, jongens.” Voor sommigen geldt immers – het klinkt cru, maar we moeten straightforward zijn: “Het OVRC is niet de plaats waar je moet tonen wat je niet goed kan.” Er zaten in het aanbod toch nogal wat bands die – hail to their courage en branie – denken dat drie keer repeteren een ticket voor de voorrondes oplevert. Neen. Die tijden zijn voorgoed voorbij, al moeten we toch zeggen dat we aardig gecharmeerd waren door een aantal op-de-oude-leest-geschoeide-demo’s: fourtrack recorder, één microfoon en gaan. Op demo’s die productioneel af klinken staan niet noodzakelijk goeie songs. En daar draait het toch nog steeds om. Hebben we eigenlijk goeie songs gehoord? Ab-so-luut! Goeie stemmen? Volmondig ja. Talent? Massa’s! We hoorden dat de Jasper Erkensen, Douglas Firsen, Hannelore Bederts en consorten stilaan school aan het maken zijn en dat er – vooral bij de meisjes – heel enthousiast én ingetogen muziek gemaakt wordt. Wij kregen alvast koud van de Vlaamse variant van Feist en Cat Power; ons hart begon spontaan te grienen van ontroering. Verder waren we ook danig onder de indruk van een aantal originele demo’s, wat in tijden van muzikale overvloed geen sinecure is. Vaak hebben we gedacht: “In de gaten houden, deze bende.” En het werd ook duidelijk dat de grenzen tussen de verschillende genres echt aan het vervagen zijn of – as we speak – verlegd worden: metal-meets-folk-meets-dance-meets-breakcore… het kan allemaal in een tijdspanne van drie minuten. En het werkt nog ook! Grote afwezige in deze poule was folk. Geen ‘Schietspoele, sjerrebekke, spoelza’ … geen zweempje zelfs, maar wel nu-pop-folk en opvallend veel singersongwriters. Viel ook op: de paar nu-metalbands die al gruntend en mokerslagend een selectiestek trachten te versieren… en de paar (op één hand te tellen) slaapkamerdance-formaties die de jury wilden overtuigen met vette beats. Met succes, toch, wat niet meteen makkelijk is voor een genre waarin alles al gezegd lijkt…
Maar goed. OVRC 2009 belooft heel wat parels uit te spugen. Daar willen we zelfs gif op innemen. Het talent dat de laatste jaren liggen rijpen heeft, in kelders, tussen de bewaarappelen en oude kaas, is nu komen bovendrijven. Aan ons om ze met een schuimspaan van het oppervlak te vissen, ze te drogen leggen en langzaam te degusteren.
Sven De Potter
